Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nog wat bij u blijven. Ik heb mijn borduurwerk meegebracht."

Maar Henriëtte hield vol: „Zuster Veronica zou 't mij zeker kwalijk nemen, als ik zoo slecht voor je zorgde."

„Ik heb geen slaap, werkelijk niet."

„Dan moet je toch rusten. — Kom..."

Zij stak Suzanne de hand toe om haar op te trekken uit den stoel, maar het kind schudde 't hoofd, bleef achterovergeleund zitten.

„Waarom moet ik weer alleen zijn?" vroeg zij klagend.

Henriëtte troostte: „je zult niet alleen zijn. Ik blijf bij je."

Zij sloeg den arm om Suzanne's schouders, heesch haar zóó uit den stoel, voerde haar zachtjes mee naar de deur van het slaapvertrek.

Op den drempel voelde zij Suzanne's lichaam schokken; met wijd gesperde oogen staarde het kind de kamer in, waar geen kaarsen brandden, doch door het haardvuur onzekere lichtschijningen en wriemelende schaduwen werden geschapen.

„'t Is daar donker!" klaagde Suzanne en in

\

Sluiten