Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Henriëtte lachte vroolijk.

„Dat wordt mij niet iederen dag gezegd."

„Iedereen, die u ziet, denkt 't."

„Iedereen moet dan zuster Elisabeth kennen. Anders ontbreekt het punt van vergelijking," schertste Henriëtte.

„Och neen, neen, u weet wat ik bedoel."

„Laat mij nu je haar verder opmaken. Gauw, ga zitten; anders ben je om elf uur niet bij zuster Veronica."

Toen Suzanne heen was gegaan, bleef Henriëtte in dankbare stemming achter; zij voelde het kind geholpen te hebben en haar ook verder te zullen helpen. En zonder dat zij er zich eigenlijk voor inspande. Als een gave was haar die macht verleend, iets te zijn voor een medemensen, die haar steun zocht; zóó zou eenmaal het lot haar den mensch wijzen, voor wienzij alles mocht zijn.

Dien middag om drie uur, na het diner, kwam Préveux Henriëtte Amélie bezoeken; zij ontving hem in de spreekkamer, waar zij den vorigen dag met de Mirabeau had vertoefd.

Sluiten