Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijne schuchtere oogen naar Henriëtte's belangstellend gelaat. „Ik ben hier rijk geworden," voegde hij er achter, maar * zonder de blijdschap, die bij deze betuiging scheen te behooren.

„Weet u wel," vroeg Henriëtte glimlachend, „dat u daar zoo effen weg de grootste levensgaven de uwe noemt?"

„Ja madame, ik weet dat ik veel ontvangen heb. Dat ik een begenadigde ben," stemde Préveux in en toen Henriëtte hem in de oogen blikte, las zij er een vereering in, die aanbidding geleek en die haar stil maakte, als bood men haar een geschenk, waarvoor zij niets had terug te geven, niet eens innig-groote dankbaarheid.

Een oogenblik zocht zij naar woorden, vond toen: „Dichters zijn immers van ouds door de goden begenadigd." Doeh het gelukte haar niet, aan den zin een luchtigen toon te geven, zooals zij wenschte.

Préveux vocht met zijn ontroering, bang, Henriëtte te mishagen. Instinctief voelde hij, dat zij zijn liefde niet beantwoordde, doch dit deed niets af aan de kracht van die liefde. Zij

Sluiten