Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Mirabeau haalde de schouders op.

„Misschien ..." zeide hij alleen.

„Zal Calonne het schip niet steeds in de verkeerde richting sturen?"

„Ik meende, dat monsieur de Necker door den koning uit Parijs verbannen was, dat hij dus gedwongen heénhing," merkte Henriëtte op.

„Uit Parijs, ja madame, maar niet uit Frankrijk. Wij leven in een tijd, waarin geen bekwaam man het land mag verlaten."

„Meent u?" vroeg de Mirabeau ironisch.

„En wanneer Frankrijk zijn bekwame mannen niet op prijs stelt... ?"

„O, de tijd zal komen dat zij naar waarde geschat worden!" ijverde Préveux op warmen toon.

„Frankrijk is meer en grooter dan de nu heerschenden; al wat smacht naar opheffing uit ellende houdt het oog gericht op de groote mannen, de mannen van de daad vooral."

„Daar kunt u waarheid in spreken. Men wacht op de daad."

De Mirabeau's gelaat verloor iets van de stugheid, in zijn oogen lichtte de schittering, die zijn trekken als met zonlicht kon overgieten.

Sluiten