Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zachtheid van haar gelaat met den droeven glimlach deed zijn heftigheid versmelten tot een bijna sentimenteele gevoeligheid, die doortrilde in zijn stem.

„Ook ik ben alleen. Misschien door mijn eigen schuld."

Hij zweeg en beet zich op de lippen als vechtend met een ontroering.

„Daarom zijn wij misschien zoo gemakkelijk vrienden geworden."

Henriëtte glimlachte weder, vroolijker nu. Dit dreef opnieuw in de Mirabeau de jaloerschheid van straks op, maar het heftigste ervan was verstild, zooals altijd Henriëtte s bijzijn het heftige in hem verzachtte en verstilde.

„Préveux aanbidt u," zeide hij somber.

„En hij bewondert u," gaf Henriëtte schertsend terug. En op vertrouwelijken toon: „weet u, wat ik mij gedroomd had? Dat Préveux nog eens uw secretaris zou worden."

„Dat zou onmogelijk zijn."

„Waarom ?"

„Omdat u tusschen ons zoudt staan." „Ik?"

Sluiten