Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In het wiegelende, slecht veerende rijtuig reden zij door de straten, waar het naderende carnaval wat extra levendigheid schiep van volkskinderen, die met een maskerademuts of een masker rondliepen. Toch miste ook dit feest de laatste jaren de vroolijke uitbundigheid van vroeger; het volk kon, gedrukt door de zorg om brood, niet meer het oude kinderlijke behagen vinden in een dolle verkleedpartij, die allen verbroederde in vroolijkheid; er werdzelfs verteld, dat de troepen gemaskerden, die inde volksbuurten gezien werden, voor hun vroolijkheids-vertoon betaald werden door de overheid.

Suzanne wees Henriëtte op allerlei wat zij zag in de straten..

„Daar passeert de equipage van den prince de Saxe! Prachtig die zes paarden! Hoor, de koetsier roept: „Gare! Gare!" Zou die naar de Champs Elysées gaan?"

„Misschien wel. Het is zulk prachtig weer ervoor.

Weet je, dat de moeder van zuster Mary gisteren door diezelfde koets is overreden?"

Sluiten