Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Er waren weinig wandelaars en rijtuigen in het park; het seizoen voor ochtendwandelingen was nog niet aangebroken en wie er al uitgingen, verkozen tegenwoordig de Champs Elysée's boven de Tuileriën. Zóó vond Henriëtte Amélie op een beschut plekje een bank, die noodde tot rustig lezen.

Suzanne, moe van de ongewone beweging en den invloed der buitenlucht, stemde gereedelijk toe, er te gaan zitten; terwijl Henriëtte haar brief openvouwde, hing het kind loom tegen de leuning van de bank, en in haar hoofdje zongen een paar versregels van Lafontaine.

Henriëtte las.

„Het is twee uur in den nacht, doch het

valt mij onmogelijk, te gaan rusten zonder

aan u te hebben geschreven, zonder u gezegd

te hebben, hoezeer mijne gedachten vervuld

zijn van u."

Henriëtte het het blad zinken, staarde voor zich uit, in vrees voor wat zij verder zou lezen. „Toch geen slechte tijding?'' vroeg Suzanne. „Neen, neen."

Henriëtte glimlachte vaag, las verder:

Sluiten