Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Henriëtte Amélie begreep: Suzanne dacht dat de Mirabeau haar amant was. Een gevoel van innig medelijden welde in haar op voor het kind, dat altijd vervuld bleef met die ééne gedachte. En met iets als angst vroeg ze zich af, hoe dat alles in Suzanne zou worden als zij opgroeide. En wat zij voor het kind doen kon. Zij vond het antwoord niet; te weinig kon zij doorgronden wat in Suzanne werkelijk omging.

„Je moet daar niet meer aan denken," zei ze lief, maar met spijt, omdat zij niets anders wist te zeggen, „kom, laten we dat pad nog doorloopen, en dan naar den anderen tuin; daar zijn meer menschen, misschien vind je dat prettiger."

In het andere deel van het park, waar Henriëtte Suzanne heenbracht, was het levendiger geworden; er speelden kinderen onder de hoede van gouvernantes en minnen, vrouwen uit de gegoede burgerij wandelden langs de lanen en ook een enkele dame uit de beau monde.

Tot haar verbazing stond Henriëtte onverwachts tegenover de vicomtesse de Priaville, die, gevolgd door een lakei en één harer kamer-

Sluiten