Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Waarde Commilltones!

Laat mij U met dien ouden naam mogen aanspreken, wanneer ik U uit naam van onzen Senaat een hartelijk welkom toeroep bij den aanvang van den nieuwen cursus, om daarmee tevens uit te drukken, dat aan onze Vrije Universiteit, die, zelf nog niet zoo lang geleden een nieuwheid, voor het nieuwe allerminst bevreesd is, toch nog genoeg konservatisme heerscht, om van het oude te bewaren, wat ze meent, dat óf uit kracht van haar beginsel, óf omdat het nuttig en dienstig was, bewaard moet blijven. En in dezen tijd van verscheuring behoort het zeker mede tot de taak eener Gereformeerde Hoogeschool te zorgen, dat in eere blijft dat echt Christelijke en wetenschappelijke besef, dat aan een Universiteit leeraren en leerlingen een eenheid vormen, de universitas docentium et discentium, wijl ze strijden denzelfden strijd. Het ware verleidelijk van die eenheid U te gaan spreken, vreesde ik niet, dat me al spoedig zou worden toegevoegd, dit hebben anderen vóór U beter gedaan. Daarom ga ik U ook geen dithyrambe zingen op den vrede onder een motto als cedant arma togae, ook al wil ik bij den aanvang van deze samenkomst oprechten dank toebrengen aan den Heere onzen God, dat ons vaderland voor oorlog bleef bewaard en dat geen mobilisatie nog langer een beletsel zal zijn voor den voortgang der studiën van zoo menigeen onder U. Een lofzang op den vrede, wie er een begeert en wie wil weten, hoezeer de vrede de beoefening der wetenschap ten goede komt, kan terecht bij tal van dichters uit vroeger en later tijd — maar is ons hart, is het hart der menschen eigenlijk wel gestemd om zulk een lofzang aan te heffen ? Ik waag het te betwijfelen, daar is vaak meer vrees dan rust. Vrees voor de dingen, die nog komen zullen op staatkundig en maatschappelijk gebied, maar ook en niet minder op het

Sluiten