Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Doch ik hoor U al dringender vragen, vertel ons toch eindelijk, wat dan wel de reden is, dat ge van ons studenten zulk principieel studeeren vraagt. Toen ik begon te spreken, herinnerde ik U er aan, dat wij nog vasthouden aan de akademische eenheid van hoogleeraren en studenten. Niet, omdat ze heel de week hun schreden richten naar éénzelfde gebouw of stel van gebouwen, want dan ware er geen schooner eenheid denkbaar dan die van het gevangenhuis, maar omdat op den arbeid zoo van professoren als van studenten bij alle onderscheid toch éénzelfde stempel staat gedrukt, dat dit werk van alle ander onderscheidt. Men heeft daar wel den draak meegestoken. Niemand minder dan de fijne opmerker Van Dijk schreef eens: „Bij inaugureele oraties, inzonderheid van niet al te bejaarde academische voorgangers, wacht „mij bijna altijd minstens éen oogenblik van stil, onschuldig genieten, het is het oogenblik tegen het einde, als de hoogleeraar „zijn eigen studenten toespreekt en hun eerlijk voorspiegelt dat „hij des zins en willens is saam met hen te arbeiden, samen te „onderzoeken, samen de wetenschap vooruit te brengen. Hier verdringen elkander allerlei onbedoeld geestige en geestig wisselende „situaties. Mijn verbeelding kan dan zelden nalaten de zaak een „weinig uit te werken: ik moet mij dan den hoogleeraar voorstellen, met zijn studenten bras dessus, bras dessous het uitlokkend „veld van het wetenschappelijk onderzoek opgaande, met omvlochten veldflesch en verdere uitrusting schuins over den „schouder". *) Is er reden voor dien spot ? Ik geloof toch van niet Zeker, er blijft onderscheid tusschen meester en leerling, ook aan de hoogeschool, maar juist om goed akademisch docent te kunnen zijn — zooals Van Dijk in het vervolg gaat begeeren — moet de professor om te beginnen al zelfstandig onderzoeker zijn3). En dan verder? Zou het niet een beleediging voor U en voor ons zijn, als we onszelf moesten vergelijken bij onze Rotterdamsche elevatoren en U bij de Westlanders, of hoe die scheepjes verder heeten mogen, die langszij komen ? Het bijbrengen, van wat men veelal noemt, parate kennis, kan aan de Universiteit nooit hoofd-

') Vota Academica, 1904, bl. 21.

*) Zie ook J. W. Moll, De Idee der Universiteit in haar toekomstige ontwikkeling, 1910, bl. 18.

Sluiten