Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en waarde, enz. Maar daarbij dient er op gelet of een haven is eindhaven dan wel doorgangshaven; of een schip volle lading inheeft of inneemt dan wel ballast; of er groote kustvaart is, enz. En zoo blijkt de ontwikkeling nog het best uit de percentsgewijze stijging in een zelfde aantal jaren.

Welnu, in het Statistisches Jahrbuch für das deutsche Reich — en de Duitsche statistieken zijn niet de slechtste — vinden wij voor:

1900 1912 Hamburg 13.835.000 23-959.000

Rotterdam 11.381.000 22.787.000

Antwerpen 12.880.000 27.173.0002)

alles registertonnen.

Dit beteekent voor Hamburg een stijging met 73, voor Rotterdam met 100, voor Antwerpen met 111 percent.

Van belang is ook zich rekenschap te geven van de gemiddelde tonnenmaat. Het zegt op zich zelf niet zoo heel veel, wanneer wij zien, dat die, volgens Oboussier, bedroeg in de drie groote concurreerende vastelandshavens van West-Europa

Hamburg Rotterdam Antwerpen in 1903 653 1016 1578

in 1912 766 1184 1973

Niet alleen omdat het Antwerpsche cijfer met 10 a 15 pCt. moet worden verminderd om als vergelijkingsbasis te kunnen dienen, maar ook omdat Antwerpen, in tegenstelling met zijn beide mededingers, weinig kustvaart met kleine schepen heeft. Daarentegen is een eigenaardigheid der Antwerpsche haven juist, dat zeer vele groote stoomschepen haar bezoeken om bijlading.

Maar let men op de stijging der gemiddelde tonnen-

2) Zie noot onder 1) over de Antwerpsche berekening van netto-tonnenmaat.

Sluiten