Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zonder eenige moeilijkheid de Schelde op tot vóór de Antwerpsche kaden!

Wij mogen nog citeeren de in 1918 verschenen belangwekkende studie van Prof. Paul Arndt te Frankfurt a/M. in de „Finanz- und Volkswirtschaftliche Zeitfragen" (50 Heft) over: „Antwerpen, Rotterdam und die deutsche Rheinmündung" (het Rijn—Emden-kanaal). Deze schrijver gaat uitvoerig de gunstige en ongunstige factoren na, die de ontwikkeling van Antwerpen en Rotterdam beheerschen. Hij bespreekt voor Antwerpen een negental ongunstige omstandigheden. Daaronder komt wel voor, dat de Schelde tusschen Antwerpen en de Nederlandsche grens onvoldoende is; over de Nederlandsche Schelde wordt niet geklaagd.

Hetzelfde is 't geval bij A. Schumacher, die in 1916 zijn „Antwerpen, seine Weltstellung und Bedeutung für das deutsche Wirtschaftsleben" uitgaf.Deze schrijver die in andere opzichten eenige voor Nederland minder aangename opmerkingen maakt, getuigt nochtans van deSchelde: „Auf den ersten 70 K.M. (d.i. op Nederlandsch gebied) allerdings is sie mehr eine Meeresbucht als ein Flusslauf und gestattet auch den grössten Dampfer die Einfahrt noch unter Volldampf".

Maar — zegt hij — verderop, d.i. op de Belgische Schelde, krijgt men ongunstige bochten (tot met een straal van 700 M.), vernauwing van het vaarwater door kribben tot 150 M., vermindering der diepte tot 8 M. bij gemiddeld laag en 12.5 M. bij gemiddeld hoog water.

Zal men in België wellicht deze Duitsche schrijvers wraken, — er is ook beroep mogelijk op Belgen van erkende autoriteit.

Ook G. de Leener k'aagde in zijn uitstekende studie: „La Politique des transports en Belgique", eene uitgave van het Solvay-Instituut, over achterstand in de werken voor de haven van Antwerpen, waardoor deze bij voortduring aan „encombrement" leed.

Sluiten