Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schenen in 1917, dus tijdens den oorlog en onder goedkeuring der Duitsche bezettingsoverheid.

Oboussier, ingenieur van beroep, was werkzaam aan de door de Duitschers vervlaamschte universiteit van Gent en is dan ook thans uit België gevlucht. Zijn in 1917 verschenen boek keerde zich tegen de handelspolitiek der Entente en was een ijverig pleidooi voor commercieele aansluiting bij Duitschland na den oorlog, zonder welke de haven van Antwerpen volgens hem — of zijn Duitsche committenten? — niet zou kunnen bloeien.

Dat het Belgische Schelde-annexionisme alleen de grieven van dezen schrijver als grond voor haar streven kan aanvoeren, is waarlijk wel de note gaie van het geval.

Vermeld zij nog, dat Oboussier's werk scherpe bestrijding vindt bij Camüle Jacquart in zijn reeds aangehaalde „Le Port d'Anvers".

Inderdaad is met enkele groote woorden niet te weerleggen de conclusie, waartoe A. Schumacher in 1916 in zijn uitstekend gedocumenteerd boek „Antwerpen, seine Weltstellung und seine Bedeutung für das deutsche Wirtschaftsleben" kwam:

„Antwerpen is eene bepaalde groot-scheepvaarthaven... In 't uitzenden van de grootste schepen naar alle richtingen wordt het thans wel door geen andere haven overtroffen."

Deze onmiskenbare waarheid werd hierboven reeds met cijfers en feiten toegelicht. Zij toonen tevens onweerlegbaar aan, dat van Nederlandsche tegenwerking om de Westerschelde in goeden toestand te houden, geenerlei sprake kan zijn geweest. Het is dan ook integendeel aantoonbaar dat meer dan éénmaal van Nederlandsche zijde voorgestelde baggerwerken in de Schelde door de Belgische belanghebbenden onnoodig werden genoemd.

Gerust mag worden verklaard: de klachten, die thans van zekere Belgische zijde rijzen over het Nederlandsch beheer der Westerschelde en dus nog meer de politieke eischen daaraan ontleend, zijn volmaakt ongegrond.

Sluiten