Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ANTWERPEN EN DE RIJNVAART.

* Een tweede grief, van Belgische zijde naar voren geschoven, is dat Antwerpen door de afsluiting der OosterSchelde in verband met den spoorwegdijk tusschen Noord-Brabant en Zuid-Beveland, ten zeerste zou worden gehinderd in zijru verbinding met den Rijn.

Het loont de moeite op deze quaestie eenigszins nader in te gaan.

In tegenstelling met het vraagstuk der Westerschelde, waarover de Belgische publicaties zwijgen, vindt men van de bezwaren ten opzichte der Rijnvaart wel nu en dan melding gemaakt.

Zoo bespreekt G. de Leener in zijn „La Politique des transports en Belgique", ook deze quaestie, en zijn meening is dat voor verbinding van Schelde en Rijn de doorsteek van den dijk bij Woensdrecht de snelste en goedkoopste oplossing zou verzekeren.

Laat ons er aanstonds bijvoegen, dat de kosten van dien doorsteek, het maken van een doorvaarbare brug en het uitbaggeren der Oosterschelde, volgens De Leener, ten laste zouden moeten komen van de Belgische regeering. Hetgeen ook de meening was van de Kamer van Koophandel van Antwerpen die in 1912, als compensatie voor België's medewerking tot de door Nederland begeerde kanalisatie der Maas, verlangde de wegneming der „barrage de Woensdrecht" en gedeeltelijke vervanging van den dijk door een doorvaarbare brug, met de toevoeging:

„La Belgique prendrait les travaux a sa charge, de même que les frais des dragages qui seraient a exécuter pour rendre navigable a nouveau 1'Escaut oriental barré et foreément resté dans un état trés négligé."

Sluiten