Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deze uitspraken uit zóó bevoegden mond verdienen zeker de aandacht in verband met den eisch, thans van Belgische zijde gesteld, dat ten dienste der Antwerpsche Rijnverbinding een kanaal Antwerpen— Moerdijk zal worden gegraven, maar op gemeenschappelijke kosten van België en Nederland.

In verband met de Rijnverbinding vindt men natuurlijk ook melding gemaakt van het befaamde ScheldeMaas-Rijnkanaal. Op grond van het ontbreken daarvan toonde de Antwerpsche Kamer van Koophandel zich in 1912 ook beducht voor de Maaskanalisatie, die, gelijk men weet, van Belgischen kant sinds lang is tegengehouden. Zij vreesde dat daardoor Rotterdam de transporten van de Maas en de Sambre van Antwerpen zou afnemen, „alors que nous n'avons pas même un canal direct a grande section entre Anvers et Liège et que les Hollandais nous refusent le passage par le Limbourg néerlandais avec un canal vers le Rhin."

Trouwens, die verbinding met den Rijn werd in het Verslag over 1910 óók gewenscht geoordeeld met het oog op de verbeteringen van den Boven-Rijn tusschen Straatsburg en Zwitserland. De Antwerpsche Kamer van Koophandel vreesde, dat Rotterdam veel meer dan Antwerpen zou profiteeren van die rivierverbeteringen, wanneer Antwerpen niet eene directe verbinding met den Rijn bezat.

Het is opmerkelijk, dat men steeds zóó scherp de concurrentie met Rotterdam op den voorgrond ziet geschoven. En dat terwijl men het van Belgische zijde tracht voor te stellen, alsof Nederland op alle mogelijke wijze de haven van Antwerpen poogt tegen te werken! En dat terwijl Antwerpen tot 1912 nog vóór Rotterdam kwam en heel het Antwerpsche havenverkeer, in. aard zoozeer van Rotterdam verschillend, waarlijk niet een neiging tot achteruitgang vertoonde.

Sluiten