Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een reëele reden tot beduchtheid voor Rotterdam kon niet bestaan. Eer omgekeerd! Er schijnt dan ook veeleer reden om te spreken van Antwerpschen dan van Nederlandschen naijver!

Gelukkig klinken er ook uit België verstandige stemmen. Camille Jacquart schreef in zijn na den oorlog verschenen „Le Port d'Anvers" over Rotterdam en Antwerpen :

„Chacun des deux ports a ainsi sa physionomie particuliere; celle-ci correspond au röle spécial qu'ils jouent dans le travail de distribution mondiale des marchandises et qui leur est imposé par leur situation géographique et les besoins économiques de leur hinterland.

„Le progrès pour Anvers n'est donc pas a chercher dans une concurrence désordonnée avec Rotterdam pour le trafic rhénan. II ne faut pas se laisser fasciner par les chiffres bruts de la statistique de la navigation maritime et fluviale...."

Ook De Leener voelde, zooals trouwens meer dan één Belgische waterbouwkundige, niets voor een ScheldeMaas-Rijnkanaal:

„Les résultats de ce canal seraient illusoires. Anvers dispose, pour ses relations avec l'Allemagne rhénan, d'une voie naturelle qu'aucune voie artificielle ne pourra égaler au point de vue de 1'economie véritable des transports."

Zelfs achtte De Leener den aanleg eener speciale spoorlijn, om Antwerpen met den Rijn te verbinden, voordeeliger dan het graven van een kanaal. En ter waarschuwing verwees hij nsar het Merwedekanaal, dat Amsterdam eene kortere verbinding met den Rijn zou verschaffen en dat toch niet beantwoord heeft aan de grootsche verwachtingen, die er van gekoesterd werden.

Immers, terwijl tusschen 1901 en 1910 het verkeer van Rotterdam op den Rijn klom van bijna 7% tot 17%

Sluiten