Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

minst, terwijl een tweede proefneming van dien aard, met de „De Smet de Naeyer" geheel mislukt is. Dit door zijn grootte weinig handelbare schip ging te gronde, als wij ons niet vergissen, in het „Binger Loch".

Zelfs aken van meer dan 1000 ton maken slechts een zeer gering deel der Rijnvloot uit. Op de ruim 10.000 zeil- en sleepschepen, die volgens Schumacher, in 1912 den Rijn bevoeren, waren het er niet meer dan 1300 ongeveer. De gemiddelde tonnage der Nederlandsche Rijnschepen bedroeg in dat jaar 300 a 400, die der Duitsche 700 a 800 ton. De grootere aken dienen daarenboven vooral voor vervoer van ertsen, en zoowel natuurlijke ligging en eigenschappen der Antwerpsche haven als haar outillage maken haar minder geschikt voor den aanvoer van dit massa-artikel. Het mag betwijfeld worden of, onder welke omstandigheden ook, Antwerpen dat verkeer ooit tot zich zal trekken in gelijke mate als Rotterdam.

Men mag gerust zeggen dat, voor zooverre er een tendens bestond naar vergrooting der tonnage, 2000 ton als de meest practische norm werd aangenomen.

Bovendien, zou men meenen dat bijv. een ScheldeMaas-Rijnkanaal w,èl geschikt ware te maken voor het verkeer van de zeer groote rijnaken? En zoo het al mogelijk is, dan kan wel met zekerheid worden gezegd, dat de bouw- en onderhoudskosten van een zoodanig kanaal — welks rentabiliteit toch reeds in hooge mate twijfelachtig is — dermate zouden stijgen, dat de te heffen hooge kanaalrechten den handel zouden nopen... aan de oude route de voorkeur te geven. Want ten slotte is het, met name voor de zware, niet bedervende stukgoederen die Antwerpen exporteert, niet in de eerste plaats van belang of het transport wat langer duurt, maar wel of de transportkosten zoo laag mogelijk zijn.

Sluiten