Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ÏÏI. SCHOOLBADEN IN NEDERLAND.

In dit hoofdstuk zullen we in het kort de ontwikkelingsgegeschiedenis van het schoolbadwezen in de verschillende Gemeenten weergeven en tevens aangeven, op welke wijze een en ander is geregeld. De gegevens hiervoor kregen we voor een deel van onze korrespondenten en verschillende Gemeentebesturen, terwijl we ook een dankbaar gebruik maakten van de verslagen van verschillende Verenigingen voor Volks- en Schoolbaden, ons door de sekretarissen bereidwillig toegezonden.

AMSTERDAM. De Gemeente Amsterdam verbond in 1891, bij wijze van proef, aan twee scholen een badinrichting. Deze proef werd in 1895 uitgebreid, door voor vier aan elkaar grenzende scholen een gezamelike badinrichting te bouwen.

Op den duur bleken deze inrichtingen evenwel onvoldoende en zo werd in 1899 besloten tot de bouw van een centraal schoolkinderbad, waarvan door verschillende in de buurt liggende scholen gebruik zou kunnen worden gemaakt. Dit schoolbad werd 9 September 1901 geopend. De inrichting beantwoordde volkomen aan de gestelde verwachtingen en zo besloot de Raad tot de bouw van een tweede centraal bad, dat 1 Januari 1908 geopend werd.

In de Memorie van Beantwoording op de Begroting voor 1908, uitgebracht in September 1907, was door B. en W. de verklaring afgelegd, dat zij op uitbreiding van het aantal schoolbaden bedacht waren. B en W schreven: „Blijkt het binnenkort te openen tweede schoolkinderbad goed te voldoen, dan zullen B en W de oprichting van een derde schoolkinderbad in overweging nemen." ■— Zoover kwam het evenwel niet. De heer De Sauvage Nolting, onder wiens wethouderschap dit werd geschreven en die een warm voorstander was van schoolbaden, trad om gezondheidsredenen af als Wethouder en werd opgevolgd door de anti-revolutionnair Mr. S. de Vries Czn. Deze had zich reeds op de vergadering van de Bond van Antirevolutionnaire Gemeenteraadsleden

Sluiten