Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uit twee wachtkamers en een badkamer met 18 open badcellen, langs de wanden gelegen.

„Het ligt in onze bedoeling," schrijven- B. en W. in de voordracht, „dat het baden in het te bouwen kinderbad noch onder schooltijd, noch onder toezicht van het onderwijzend personeel zal gescheiden. De inrichting zal dan ook niet onder de afdeling Onderwijs, doch onder de dienst der bad- en wasinrichtingen ressorteren. Wel zal echter die afdeling haar medewerking verlenen, om het baden van schoolkinderen te regelen. Het badhuis toch zal ten opzichte van de leerlingen der in de omgeving gelegen scholen de funktie van schoolkinderbad vervullen en er dient voor gezorgd te worden, dat het baden dier leerlingen even geregeld geschiedt, als wanneer het op de oude manier, onder schooltijd, plaats vindt. Daartoe zal ook nodig zijn, de schoolkinderen kosteloos te doen baden, voor zover altans het baden geschiedt door bemiddeling van de school."

Verder delen B. en W. mee, „dat het hun bedoeling is, dat het personeel van het badhuis tevens het kinderbad zal kunnen bedienen."

Door de aanneming van deze voordracht heeft Amsterdam zijn oude standpunt laten varen. Geen baden onder schooltijd, geen toezicht door onderwijzers en onderwijzeressen. Wel zal getracht worden, „het baden van schoolkinderen te regelen." Hoe men zich die regeling voorstelt, blijkt uit de Raadsdebatten. Men wil n.1. kaartjes afgeven aan de schoolkinderen, die in de badinrichting moeten worden geknipt of gestempeld en later aan de onderwijzers moeten worden getoond. B. en W. maken zich zelfs de illusie, dat het baden dier leerlingen even geregeld zal geschieden, als wanneer het op de oude manier, onder schooltijd, plaats vindt. Wij voorspellen B. en W. in dezen een jammerlik fiasko. Voor onze argumenten verwijzen we naar Hoofdstuk IV.

ARHEM.

Bij besluit van 26 Maart 1892 werd door de Raad een

Sluiten