Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een elevator in werking gesteld kan worden, om de onzuivere lucht weg te zuigen.

Het waterreservoir bevindt zich niet, zoals in beide badhuizen in Amsterdam, midden in de badzaal, maar is geplaatst in de machinekamer. Niet alleen, dat hierdoor de ontwikkelende dampen niet in de badzaal komen, maar bovendien krijgt de badzaal een prettiger aanblik en kan het licht beter toetreden.

Door een vernuftige uitvinding is het mogelik de watertoevoer zo te regelen, dat er öf 6, öf 2 X 11, öf 12 douches kunnen werken, (zie platte grond). Er kunnen op deze wijze verschillende kombinaties worden gemaakt, bijv. 6,11, 12, 17,(11 +6) 18,(12 + 6), 22 (2 X 11) enz. Bij een geringer aantal kinderen behoeven dus niet alle douches te werken, zodat geen water nodeloos verspild wordt.

Aan de inrichting is een badmeester verbonden. Diens vrouw is badmeesteres.

Om aan het bezwaar van verschillende hoofden van scholen en onderwijzers(essen), n.1. dat het uit- en aankleden vooral van kleine leerlingen zoveel tijd kostte, tegemoet te komen, stelde de kommissie van toezicht op de gemeentelike schoolbaden aan B. en W. voor, aan het schoolbad een helpster te benoemen, die tevens de badmeester en diens vrouw bij 't leggen van eenvoudige verbanden behulpzaam zou kunnen zijn. B. en W. gingen met dit voorstel akkoord en verzochten de kommissie, een voordracht te willen indienen. Dit geschiedde in 1917 en begin 1918 trad de helpster in funktie.

Met de Wethouder van Onderwijs, de heer Albarda, werd besproken de noodzakelikheid van het in het schoolbad aanwezig zijn van enige stellen onderkleren, klompen, veters, banden, enz. om in dringende gevallen een en ander aan de kinderen te kunnen verschaffen. Op advies van de betrokken Wethouder heeft de kommissie deze zaak verder schriftelik bij B. en W. ingediend en ten volle vertrouwt de sekretaris dier kommissie, dat de zaak in orde komt.

Sluiten