Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor 1000 badkaarten a 10 cent. Deze kaarten werden verdeeld over de drie scholen voor on- en minvermogenden en waren bestemd voor de leerlingen uit het zesde leerjaar, die op deze wijze op eigen gelegenheid tussen of na de schooluren een bad konden nemen.

Met het oog op de tijdsomstandigheden werd voor 1917 en '18 geen subsidie verleend, maar bij Raadsbesluit van 12 November 1918 is ze weer verleend voor de tijd van vier jaren, dus tot en met 1922, onder dezelfde voorwaarden als in 1913.

IV. DE VERSCHILLENDE SYSTEMEN.

We onderscheiden in ons land drie verschillende soorten van badinrichtingen voor schoolkinderen:

a. Schoolkinderbaden verbonden aan de school.

b. Volksbaden, waar ook voor schoolkinderen gelegenheid wordt gegeven tot baden, of omgekeerd.

c. Centrale Schoolkinderbaden.

a. Schoolkinderbaden, verbonden aan de school, bestaan in Amsterdam aan de scholen no. 2 en 48, uitsluitend voor de leerlingen daarvan, en een aan de aan elkaar grenzende scholen no 42, 43 en 87 voor de leerlingen dier scholen gezamelik. In Arnhem zijn 4 badcellen aangebracht in de school voor Buitengewoon Onderwijs, waarvan gebruik gemaakt wordt door de kinderen uit de lagere klassen en door de meisjes. Theoreties is het ongetwijfeld de beste oplossing, dat de kinderen aan hun eigen school kunnen baden. Prakties zullen evenwel de veel hogere bouw- en eksploitatiekosten een bezwaar zijn. Fischer berekent in zijn brochure: „Bijdrage tot de kennis van de Nederlandsche Volksbaden," dat ze ongeveer 40°/0 duurder zijn dan centrale schoolkinderbaden. Bovendien komt het ons zeer ongewenst voor, dat de bediening van de kraan en het toezicht in de handen van een en dezelfde persoon zijn. Het kan oorzaak zijn, dat niet genoeg aandacht geschonken kan worden aan de regeling van de temperatuur van het water, met als mogelik gevolg, het geven van water van veel te hoge temperatuur, daargelaten nog

Sluiten