Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan de rechterzijde een smalle doorgang was gespaard, die met een klep kon worden afgesloten.

Overigens bevatte de gelagkamer weinig of geen meubilair, met uitzondering van een paar banken, tegen de wanden geplaatst en twee kleine tafels.

Hoewel de lage deur en een drietal vensters gesloten waren, hoorde men toch duidelijk het loeien van den wind en het ruischen van de onstuimige golven van het Kanaal.

Om het grootste der tafeltjes zaten een drietal mannen, visschers; achter de toonbank zag men een groot, dik wijf, de vrouw van den kastelein, Molly Dawson. De man zelf was niet aanwezig.

Een groote, donkergele hond lag op den met grof zand bestrooiden houten vloer, zwaar te snurken, naast de voeten van den oudste der drie mannen.

Deze klopte de asch uit zijn pijp tegen de zool van een zijner zware zeelaarzen, stopte haar in zijn zak, keek op zijn dik zilveren horloge en zei met rauwe, barsche stem, die aan het krijschen van een zeemeeuw deed denken:

„Acht uur, Bill! Zou hij niet komen?"

De gevraagde die naast hem zat, was een lange, slanke kerel, met een opvallend jong, bijna meisjesachtig uiterlijk. Hij droeg een wijden, donkerrooden, erg versleten broek, vaalzwarte kaplaarzen en een loshangende, grijsblauwe kiel met omgeslagen kraag. Zijne haren waren lang, blond en zijdeachtig en pasten wonderwel bij zijn mooie, rozig-blanke gelaatskleur.

Bill haalde de schouders op.

„"Wat.kan ik er aan doen? Hij heeft 't stellig beloofd, maar... als hij bij Emily is... je weet 't, dan denkt-ie om geen tijd. Bovendien, 't is een heel eind van de Shakespeare-cliff naar hier en dan met een lamgeschoten vlerk. Wat heeft hij precies gezegd, Haai?" vroeg hij, zich half omwendend, aan den derden man, die zwijgend zat te rooken en nu en dan een teug nam uit de voor hem staanden, hoogen tinnen kroes.

Peter Wilton, zooals de ware naam van den Haai luidde, was een stoere, korte, breedgeschouderde kerel van omstreeks veertig jaar, beter gekleed dan de andere mannen, ook minder zeemansachtig. Hij had blauwzwart haar, donkere, stekende,

Sluiten