Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deed, hoe haar zoon in 's lands dienst den heldendood gestorven was.

Ook Will en zijn beide makkers hielden zieh of zij Molly's opmerking niet gehoord hadden.

„Bob schijnt geen afscheid te kunnen nemen van zijn liefste," merkte Will even later op, „ik begrijp niet waar de kerel blijft!"

„Ik kan het best begrijpen," zei Bill lachende, „het is een drommelsch knappe meid, die Emily Hawkins en ze is dol verliefd op Bob." Hij keek van ter zijde even naar Peter Wilton.

De Haai hoorde dit alles stilzwijgend aan, fronste de wenkbrauwen en dronk zijn beker in één teug leeg.-

Emily Hawkins was de dochter van een molenaarsknecht, die vrij arm was. De Haai, die door smokkelen en op nog andere manieren, welke het daglicht niet goed konden velen, een hoop geld verdiend had en er warmpjes inzat, had zin gekregen in de mooie, vroolijke, levenslustige Emily en er niet aan getwijfeld of het doodarme meisje zou zich geen oogenblik bedenken om, wanneer hij haar vroeg zijn vrouw te worden, met vreugde zijn aanzoek aannemen.

Het kwam anders uit dan hij gedacht had. Toen hij haar zijn liefde verklaard had, was Emily hem een paar seconden vol verbazing blijven aanstaren, vervolgens in een schaterlach uitgebarsten en had gevraagd of hij wel goed bij zijn hoofd was.

„Verbeeld je! zoo'n ouwe kerel! je kon mijn vader wel zijn! Je hadt indertijd om mijn moeder moeten komen, maar die zou je ook bedankt hebben. Denk je, dat ik je om je geld nemen zal P Nee vriend, in geen honderd jaar hoor! Zoek maar-een ander meisje als je er ten minste een vinden kunt!" en spotachtig lachende had zij den verbluften, afgewezen minnaar laten staan.

De Haai had zich vrij spoedig over zijn teleurstelling heengezet, zoo scheen het ten minste, want hij liet aan niemand blijken, dat hij zich over Emily Hawkins' afwijzing gegriefd voelde.

Een paar maanden later hoorde hij, dat Emily omgang had met zekeren Robert Waters, een jongen schipper uit Deal, een flinken, forschen kerel met een knap, mannelijk gezicht, een der handigste varensgasten en tevens een bijzonder stoutmoedig smokkelaar. De Haai kende hem oppervlakkig maar genoeg

Sluiten