Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De jonge man knikte ontkennend maar zakte op de stoel ineen en vroeg met zwakke stem: „water, geef me een glas water!"

De dikke Molly reikte hem het gevraagde toe en gretig zwolg hij het niet zeer heldere vocht naar binnen. Na enkele minuten schenen zijn krachten eenigermate te zijn teruggekeerd. Hij keek zijn omgeving rond en richtte het woord tot Will: „Kun je me naar de overzijde helpen, dadelijk? 't Komt er niet op aan wat het kosten moet, maar ik moet Engeland uit, zoo gauw mogelijk!"

„Naar de overzijde? Naar Holland?" vroeg de oude smokkelaar verbaasd.

De jonge man knikte. *Jfe,T&I

„Waarom?" vroeg Bob Waters kalm. „Wie zijt ge en wat is er gebeurd?"

De vluchteling — want dit was de andere blijkbaar — aarzelde even; weer drukte hij de hand tegen de borst, met een uitdrukking van lichamelijke pijn op zijn bleek gelaat en antwoordde toen:

„Ik ... heb een gevecht gehad ... een duel... of nee ...

het was een overval... mijn naam is Lankhurst, kapitein Lankhurst. Mijn ... vrouw ... was verleid door ... een hooggeplaatst persoon... ik heb ze op de vlucht achterhaald... en . .. zij brak haar hals bij een val van haar paard ... haar verleider heb ik ... gedood ... ik geloof het tenminste ... 't ging alles zoo gauw in zijn werk."

„Wie was dat?" vroeg Bill nieuwsgierig.

Wel aarzelde de kapitein maar noemde toen een naam, die den aanwezigen schrik aanjoeg; het was die van een der ministers van Z. M^George III, Koning van Groot-Britannië, misschien den machtigsten man in Engeland, wiens straffe hand zich meermalen ook in Dover had doen gevoelen en die even gevreesd als gehaat was. En deze jonge man had hem gedood ... althans zwaar gewond ... Het was te begrijpen dat hij haast had om het Engelsche grondgebied te verlaten.

„Kunt ge me een boot bezorgen ?" vroeg Lankhurst en zag Will in angstige spanning in het verweerde gelaat. „Ik heb geld, goud, bij me ..."

De oude smokkelaar nam zijn pijp uit den mond en knikte langzaam van neen.

Sluiten