Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verschillig aan, doch een enkele maal sprong hij op van drift en wierp haar voor de voeten, dat zij hem nooit had liefgehad, dat zij hem Blechts om zijn positie getrouwd had, dat hij er in geloopen was, door haar coquette streken en behaagzucht.

Na eenige maanden bleek het hem dat Virginie over ruime geldmiddelen te beschikken had. Archibald, razend van ijverzucht, begon haar gangen na te gaan; te voren had hij zich uit baloorigheid opnieuw aan zijn vroegere buitensporigheden overgegeven en was door de kameraden als een bekeerd afvallige met gejuich ingehaald. Om zijn Vrouw's doen en laten bekommerde hij zich in 't geheel niet.

Een anoniem schrijven verwittigde hem dat Virginie een liaison had, doch dit was slechts gedeeltelijk waar. Zij dacht er niet over zich aan den rijken lord, voor wien zij absoluut niets voelde, te geven, maar wist hem door aanhalige trucjes en vriendelijkheid toch te bewegen haar rijke cadeau's of geld te geven. Vóór dat Archibald deze verhouding ontdekte, had de oude heer al begrepen dat er voor hem niets te winnen viel in den omgang met de schoone officiersvrouw en elders zijn geluk gezocht. Weldra had zij echter een andere betrekking aangeknoopt en thans met den machtigen minister, een man die tal van vrouwen bezoedeld had door zijn omgang en die zich niet ontzag de schandelijkste middelen te bezigen om ze te dwingen hem ter wille te zijn.

En Lankhurst zag weer het vreeselijke oogenblik voor zich: de minister, die van het paard Btortte, zijn mooie vrouw, die haar hoofd te pletter stootte. Met sohrik en afgrijzen dacht hij zich haar fraaie trekken, haar mooie kin en wangen, haar glanzende, blauwe oogen, die hem zoo koel spottend, zoo minachtend en uit de hoogte konden aanzien... nu misvormd, verminkt, verpletterd ... onmiddelijk na het schrikkelijk gebeuren was een heerlijk gevoel van bevredigde wraaklust over hem gekomen .maar nu, terwijl hij in den deinenden kotter werd heen en weer geslingerd, bekroop hem een wreede spijt over hetgeen hij gedaan had, een smartelijk besef van verloren geluk, verloren door eigen daad, door eigen schuld. En wat zou nu zijn toekomst zijn!

Deu Engelschen bodem te betreden was hem voor goed ontzegd ; zelfs op het vasteland liep hij kans dat handlangers van

Sluiten