Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook Lankhurst onderscheidde nu duidelijk de beide lichtpunten en Dick Bowles op de voorplecht gaf de noodige aanwijzigingen. Langzamerhand werd zeil geminderd en een kwartier later liep „De mooie Emily" het kleine haventje van Lackbridge binnen. De kotter werd vastgemeerd en voorafgegaan door Dick Bowles en Bob Waters, die den weg blijkbaar in donker wisten te vinden, sloeg kapitein Lankhurst den weg in naar de woning van Hawkins.

Het was een ruw, hobbelig pad en Archibald, die doodelijk vermoeid was, dreigde meermalen te vallen; slechts met de uiterste krachtsinspanning wist hij zich op de been te houden. Eindelijk stond het drietal mannen voor een kleine boerenwoning wier omtrekken zich vrij onduidelijk tegen den door het morgenrood zwak verlichten hemel afteekenden. Bob Waters klopte aan, de deur werd geopend en de drie mannen traden binnen.

HOOFDSTUK III.

Toen Lankhurst de woning van den molenaar Hawkins binnentrad was hij uitgeput door lichamelijke en geestelijke vermoeienis. Zijn wonde en het hierdoor ontstane bloedverlies, de emoties waaraan hij dien dag had blootgestaan, zijn wilde tocht, de reis in „De mooie Emily" tijdens het onstuimige, woeste weer hadden zijn krachten te veel aangesproken.

Zonder iets te zeggen viel hij als een blok neer op den stoel, dien hij het eerst zag, onverschillig voor wat hem omringde, in hejfc alles overheerschend gevoel van moeheid.

In het lage doch vrij ruime vertrek van den molenaar bevonden zich, toen het drietal binnentrad, slechts de molenaar zelf en zijn dochter Emily. De eerste was een goedige, vriendelijke man, wat sukkelachtig en onbeholpen, maar eerlijk en goedhartig; hij rookte met smaak een pijp en breide onderwijl een vischnet. Emily, zijn dochter, was een bijzonder mooi meisje met fijne, edele trekken, zooals men bij vrouwen van haar stand zelden ontmoet. Zij was eer klein dan groot, maar mooi gebouwd, met donkere haren, blauwe oogen en een frisch, blank

Sluiten