Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vermoedelijk nooit meer in Engeland terugkomen. Opgewekt en vroolijk nam hij afscheid.

Den volgenden ochtend lag „de mooie Emily", zwaar beladen, te dansen op de golven. De wind was West en dus zoo gunstig mogelijk voor een reis naar Holland.

Lankhurst had afscheid genomen van Hawkins en diens dochter in tegenwoordigheid van Bob Waters. Hij had beiden de hand gedrukt en Hawkins eenige goudstukken geschonken, als vergoeding voor diens gastvrijheid.

Zijn wonde was zoo goed als genezen en vol vertrouwen en opgewekt ging hij aan boord van den logger, waarvan de mast, de spieren en het touwwerk zich scherp tegen de lucht afteekenden, terwijl een onophoudelijk geknars en gekraak van de takelage zich reeds op een afstand deed hooren.

Het voorste gedeelte van het schip was hoog en van een dek voorzien, terwijl het achterste gedeelte erg diep lag. Een viertal geweren stonden tegen de mast vastgemaakt. Dick Bowles was al aan boord evenals de vierde man, .«Tim Kearney, een stoere veertiger met een strak, norsch gezicht. Spoedig was de logger van de kade losgemaakt, de uithouders werden aan den wal getrokken en „de mooie Emily" zeilde statig voor den wind de haven uit, nageoogd door het volk op de kade, voor een groot deel smokkelaars.

Het was lekker, warm weer en Lankhurst ademde met wellust de frissche, zuivere zeelucht in, terwijl hij op het voordek heen en weer liep. Het eerste uur bleef Bob Waters aan het roer, maar daarna gaf hij het over aan Dick en voegde zich bij Lankhurst.

Slechts zeer zelden zag men een schip; Jim Kearney hield scherp uitkijk, want hoewel er weinig kans op was, zou het toch niet onmogelijk zijn dat een Fransche kruiser hen in het oog kreeg en aanhield. Maar het scheen dat de Britsche oorlogsschepen meester ter zee waren in dit gedeelte van den oceaan, want geen enkel Fransch vaartuig liet zich zien.

„Waar wilt ge eigenlijk heen, kapitein?" vroeg Bob na een poosje. „Daar hebben we nog in het geheel niet over gesproken."

Lankhurst had die vraag verwacht; ja, waar moest hij eigenlijk heen? Feitelijk was het hem onverschillig waar hij

3

Sluiten