Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Die arme Bob! Maar overigens is „de mooie Emily" er goed afgekomen. Nou nog maar een uurtje langer mist en dan is de zaak gezond. Ik geloof dat ik den toren van den Briel al in de verte gezien heb."

't Gebeurde zooals Jim het wenschte; de mist bleef nog een paar uur hangen; toen brak bijna plotseling de zon door, de nevel trok op en tevens deed een frissche bries de zeilen van de „mooie Emily" zwellen.

Bob's wonde bleek minder ernstig te zijn dan men aanvankelijk gedacht had; wel had hij veel bloedverlies ondergaan, maar het stuk hout was niet diep in het vleesch gedrongen.

Dick had de kwetsuur handig verbonden en Waters lag in de kajuit op een matras uitgestrekt; toen Lankhurst naar hem toe kwam zag hij wel wat bleek, maar was toch opgewekt.

„We zijn hem netjes ontloopen, kapitein," zei hij, „jammer dat ik „de mooie Emily" niet zelf aan den wal brengen kan. Maar binnen een week hoop ik weer beter te zijn... ik kan tegen een stootje... U hebt den Franschman goed in zijn vlerk geraakt."

„In Brouwershaven zal wel een heelmeester zijn, die je behoorlijk verbinden kan," zei Lankhurst.

Bob Waters was blootshoofds, zijn schippershemd aan de borst open en het viel Lankhurst thans nog meer op dat de jonge smokkelaar een bijzonder knap gezicht had; de neus was smal en lang, het voorhoofd hoog en mooi gevormd, de kin vrij breed maar in goede verhouding tot het gelaat, dat niets grofs of ruws had, al was het door wind en zon verbrand. Het donkerblonde haar was zacht en golvend en hing hem thans verward om den schedel.

„Waar moeten we op aarihouwen Bob?" vroeg Jim, die even zijn hoofd om de kajuitsdeur stak. „Hoe gaat 't er mee ?"

„Best jongen! Hoe laat is het?" was de wedervraag.

„Half vijf denk ik."

„Dan maar naar Brouwershaven, maar minstens een mijl uit den wal blijven, hoor! en op en neer kruisen. Ze verwachten ons niet voor zes uur, maar misschien dat we vóór dien tijd wel iets hooren. Willem Donker is er altijd vroeg genoeg bij."

„De mooie Emily" zette zijn tocht voort in de richting van de Zeeuwsche stroomen. Jim bleef aan het roer, terwijl Dick

Sluiten