Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bekend was, zeer slecht te vinden moest zijn. Noch hek, noch palen waren aanwezig. De bezoeker, die niet ingelicht was, had wel lang te zoeken.

Dit was blijkbaar niet het geval met een reiziger die, omstreeks veertien dagen na Lankhurst's ontsnapping aan boord van „de mooie Emily", des avonds tegen dat de duisternis reeds begon te vallen, te paard van Domburg naar Vlissingen reed en nu ter hoogte van de „Oldenhove" gekomen was. Genaderd tot het begin van de oprijlaan steeg hij af en leidde zijn paard aan de hand naar het heerenhuis. Vlak bij de plaats gekomen, waar de laan zich afboog, rukte het paard plotseling aan de teugels en begon te steigeren, blijkbaar door een of ander vreemds verschrikt; de ruiter hield het echter in bedwang. Op hetzelfde oogenblik ontdekte hij, dat een vrouwelijk wezen uit het kreupelhout te voorschijn gekomen was en nu voor hem stond.

„Je bent laat," sprak ze hem in het Engelsch toe, „we hebben al ruim een uur op je gewacht. De Franschman wordt ongeduldig..." Haar stem klonk helder en prettig.

De reiziger knikte doch antwoordde niet; begeleid door de vrouw vervolgde hij zijn weg naar het huis; hier nam een knecht zijn paard over en leidde het weg. Vervolgens stapte hij de stoep op, drukte de deur open en trad binnen; de vrouw volgde hem op den voet, doch zei niets meer.

De breede, hooge gang was vrij slecht verlicht door een tweetal kleine olielantaarns; toch kon men onderscheiden dat aan weerszijden een viertal deuren op de gang uitkwamen; de vloer was belegd met zware plavuizen, de wanden waren gewit, terwijl hier en daar een schilderij hing.

De reiziger liep door tot aan de laatste deur aan zijn linkerhand, klopte even en trad daarna binnen. De vrouw bleef achter.

Het vertrek, dat hij betrad, was hoog, doch vrij klein en geheel met eikenhout beschoten. Tegen den linkerwand stond een boekenkast; tegen den rechter- een buffet. Het raam, aan de zijde tegenover de deur, was door zware, donkergroene gordijnen afgesloten, terwijl een viertal kaarsen op candelabres geplaatst vrij voldoende licht gaven.

Aan de zware eikenhouten tafel met bolpooten zaten twee mannen, in hooggerugde leunstoelen.

Sluiten