Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

minkt. Wellicht zal deze Inzonderheid u eenige aanwijzing kunnen geven." ■'

„Ik zal doen wat ik kan," sprak de Haai. „Waar kan ik u vinden als ik iets ontdekt heb?"

De graaf was op het punt te zeggen waar hij verblijf hield, maar een plotseling wantrouwen, waarvan hij zelf geen oorzaak wist, deed hem ten opzichte van den Haai eenige voorzichtigheid betrachten en hij antwoordde hoffelijk:

„Monsieur Florisz hier zal gaarne alle berichten vöor mij in ontvangst nemen." Hij stond op, nam hoed en mantel, boog en sprak:

„Au revoir, messieurs." Daarna verliet hij het vertrek. De Haai wachtte totdat hij de voetstappen van den graaf hoorde wegsterven en vroeg toen aan Florisz:

„Is het de moeite waard die relatie verder aan te kweeken?" Florisz haalde de schouders op.

„De graaf is schatrijk; hij heeft bij tijds gezorgd zijn bezit buiten Frankrijk in veiligheid te brengen. Als zijn zoon niet teruggevonden wordt komt zijn geheele fortuin aan liefdadige instellingen."

„Mooi! — En nu moet ik weg, een en ander regelen betreffende een paar smokkelvaartuigen, die dezer dagen zullen aankomen. Zorg dat er zoo min mogelijk uitlekt omtrent het voorgenomen landingspunt, want we moeten trachten zoo verrassend mogelijk op te treden en de Franschen te overvallen. Ze weten toch al meer dan genoeg omtrent de voorgenomen expeditie."

Florisz knikte toestemmend; de Haai stond op en was op het punt heen te gaan, toen hij zich omkeerde en vroeg:

„O ja, is „de Mooie Emily" met Bob Waters in den laatsten tijd nog hier geweest?"

„Sedert veertien dagen niet. — Waar gaat ge heen ?"

„Naar Middelburg," antwoordde de Haai, knikte vluchtig en verliet het vertrekt

Enkele oogenblikken later was hij weer te paard en reed in de richting van Middelburg over Aagtekerke en Poppendamme. Even vóór hij de hoofdstad van Walcheren bereikt had sloeg hij echter rechts af en reed in snellen gang, in weerwil van de bijna volslagen duisternis, over Koudekerke

Sluiten