Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heerschte; telkens als de groote toegangsdeur openging, wendden aller oogen zich naar die zijde en de binnentredenden werden wantrouwend opgenomen.

Een paar malen hoorde men buiten een scherp gefluit, de muziek zweeg dan, het dansen werd gestaakt en alles luisterde.

Maar als het fluiten niet werd herhaald begon de vroolijkheid weer opnieuw.

Bob wist niet goed wat te doen; naar Dover terugkeeren wilde hij niet. Trouwens daarheen te loopen was hem met zijn pijnlijke been onmogelijk en hij zag geen kans in den laten avond in Deal een wagen te huren.

Altijd hoopte hij nog iets omtrent Emily te weten te komen, al was de walgelijke herrie en de danszaal hem in zijn droevige stemming meer dan stuitend. Hij zette zich in een hoek van de zaal buiten het gedrang en wachtte .... waarop wist hij zelf niet.

Enkele minuten later hoorde hij weer hetzelfde gefluit, maar ditmaal werd het na enkele minuten herhaald.

Onmiddelijk hield het dansen op, de aanwezigen scheidden zich als bij afspraak in drie groepen; de matrozen van de oorlogsmarine, die van de koopvaardij, en de burgers met hun vrouwen. De eersten gingen naar buiten, gevolgd door de laatsten. De koopvaardij-matrozen trokken hun messen en wachtten op hetgeen komen zou, de blikken op de deur gevestigd.

Bob Waters begreep eensklaps wat er aan de hand was; de presgang. Tevens drong het tot hem door welk gevaar hij hier liep. Dat briefje was van een vijand, een verrader geweest. Hij nam zijn pistool in de hand en voegde zich bij de matrozen.

De vloot had volk noodig.... Buiten hoorde men vloeken, schreeuwen, een dof gebons van vallende lichamen en even later drong een bootsman gevolgd door een dertigtal matrozen de zaal "binnen. De anderen weken terug.... De mannen hadden allen pijekkers aan en waren met sabels gewapend.

De reusachtige kastelein had zich van een knuppel voorzien en stond boven op een tafel gereed om toe te slaan, een grijnslach op het gelaat. De presgangers waren tweemaal sterker in aantal dan het volk in de zaal en er greep nu een hevig gevecht plaats.

Sluiten