Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

huwd, in betrekkelijken welstand levende, het vroohjke, losbandige, tamelijk zedelooze leven van de hoogere standen onder de regeering van George III meemakende, was hij een geheel ander mensoh geworden. Deserteur — met innerlijke smart en schaamte moest hij bekennen dat hij dit was — een soort banneling in een vreemd land kon hij slechts over hoogst bescheiden middelen beschikken. Zijn vrouw was dood, zijn carrière gebroken. De politie zou de hand op hem kunnen leggen, zoodra hij het waagde voet aan land te zetten op de Engelsche kust. "i Dat men hem zocht, ja zelfs wist waar hij zich ophield, bleet hem al spoedig.

Kort nadat hij in Middelburg aangekomen was, had hij op een morgenwandeling een man ontmoet wiens gezicht hem bekend voorkwam, al kon hij zich niet herinneren waar en wanneer hij deze persoon vroeger gezien had.

Maar dat ongunstige^gezicht, die door de lippen half bedekte vooruitstekende tanden, dat litteeken op den rechterwang kwamen hem zoo bekend voor, dat een vergissing onmogelijk was.

Ook scheen de ander — het was Peter Wilton, bijgenaamd de Haai — Lankhurst te herkennen; hij keek den kapitein scherp aan en volgde hem op een afstand, blijkbaar om te weten waar hij verblijf hield.

Lankhurst was spoedig de ontmoeting vergeten en dacht er niet verder over na.

Een dag of vier later besloot hij een groote wandeling te maken van Middelburg naar Zoutelande, vervolgens langs de kust in zuidwestelijke richting tot Dishoek en daarna terug naar Middelburg. Het was een heerlijke, frissche morgen, over de velden hing nog een lichtblauwe nevel, die langzamerhand, onder den invloed van de zonnestralen, optrok. Op dit vroege morgenuur waren er weinig menschen op de been, slechts hier en daar zag men een enkelen boer bezig met landbouwarbeid. Lankhurst ging door de dorpen Koudekerke en Biggekerke; het viel hem op hoe verwaarloosd en armoedig de meeste woningen er uit zagen, hoe blijkbaar een groot deel van de vroegere welvaart verdwenen was. De wegen waren slecht onderhouden, vuil en hobbelig; blijkbaar had er weinig vervoer langs plaats. Ook de velden toonden met niet veel

Sluiten