Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Somber en inwendig kokend van onmachtige woede, verteerd door jalouzie stond Bob over de verschansing te leunen, den blik op het strand gericht.

Waar zou Lankhurst — want het stond bij hem vast dat deze Emily had ontvoerd of althans doen ontvoeren — zijn geliefde verborgen houdenP Zou hij haar ooit weerzien? Met schrik bedacht hij dat hij misschien naar verre gewesten, de koloniën, zou worden gezonden en wie zou dan Emily hulp kunnen verleenenP

Hij vervloekte het oogenblik waarop hij door medelijden gedreven den kapitein naar Holland had overgebracht, maar nog meer de gedachte, die hem er toe gebracht had, Lankhurst in de woning van Hawkins te verbergen.

Bob Waters stond alleen op de wereld; zoover hem bekend was bezat hij geen enkel familielid en daarom had hij zich met hart en ziel gehecht aan Emily Hawkins, die spoedig zijn vrouw zou geworden zijn. En nu was zij hem ontnomen. Hij voelde dat de tranen hem in de oogen kwamen...

„Kom kerel, trek het je niet zoo aan... je zit nu eenmaal in de schuit en moet meevaren... Als je een paar maanden erwten en pekelspek gegeten hebt, weet je niet beter of het hoort zoo, kop op en geen moed verloren. Een flink matroos als jij komt altijd te recht." I. -

Het was Peter Crawbridge, die Bob toesprak, een oude matroos, altijd goed gehumeurd, die zich nogal veel aan Bob had laten gelegen liggen, toen deze pas aan boord van de „Agamemnon" gekomen was. Bob mocht hem wel lijden en was tegenover den ouwen zeerob minder stug en gesloten dan tegen zijn andere kameraden.

„'t Zal ook wel wennen," zei hij met een droevigen glim- , lach, „maar 't is nog zoo kort en ... ik heb andere dingen die me hinderen." .

„We zullen wel spoedig aan den dans gaan met de jongens van Bony en dat geeft afleiding. Kruitdamp is het beste middel om je de zorgen uit den kop te zetten. Je kent hier het water zeker wel?" vroeg hij ten slotte, den jongen man van ter zijde aanziende.

Bob knikte. „Zoo goed als de straten van Dover. Ze zeggen dat we op het Breezand de troepen aan land zullen zetten."

Sluiten