Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Juist, daar wilde ik het over hebben. Ik had ze, toen het gevecht begon, in hun kooien gestopt en verboden om, wat er ook gebeurde aan dek te komen. Dat was hun behoud.

Toen het jacht reddeloos geschoten was en Jack en ik, de eenigen die in het leven gebleven waren, met het schip op de rotsen werden geslagen, was het zaak geworden ons te bergen.

Wij gingen naar beneden, de kinderen lagen in hun kooi, het meisje hevig snikkende, de jongen doodelijk bleek, maar vastberaden, de tanden op elkaar geklemd. Een kogel had het schip doorboord en was in het houtwerk blijven hangen, een voet boven de kooi van het meisje, hoe ze heette weet ik niet meer. De houtsplinters lagen op haar dekens...

We namen ieder een kind op onzen rug en met ontzaglijke moeite gelukte 't ons van het jacht te komen en over de glibberige rotsen een hooger stuk van de kust te bereiken. Dat we niet door de branding van de beenen zijn geslagen, dat we de beide kinderen ook konden redden... 't is me nog een raadsel! Maar doodmoe, bloedend en half versuft kwamen we boven."

„En hoe is 't verder afgeloopen?"

„Nou, eerst gingen we wat uitrusten en hebben Jack en ik, mekaars wonden verbonden, zoo goed als het ging. Toen zijn we naar een boerderij, die we in de verte zagen liggen, gewandeld en hoorden daar, dat we twee uur gaans van Dover waren. Die menschen hebben ons best verpleegd en ons drooge kleeren gegeven... den kinderen ook. Den volgenden dag zijn we naar Dover gekuierd en hebben ons daar aangemeld. Ik was gauw weer in orde, maar die arme Jack kreeg een wondontsteking in zijn uitgeschoten oog... veertien dagen later was-ie dood."

„En die kinderen?" vroeg Waters.

De oude zeeman haalde zijn schouders op.

„Een week later ging ik met de „Koning Arthur" naar de West. Twee jaar later kwam ik weer in Engeland en dacht toen: ik moet die kinderen toch eens opzoeken. Maar de boerderij was afgebrand en niet meer opgebouwd en niemand wist precies waar de bewoners gebleven waren ... de eèn zei: naar Londen en de ander: naar Holland. Toen gaf ik het maar op, later heb ik nooit meer iets van ze gehoord."

Sluiten