Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en was op het pont een ander stnk papier te voorschijn te halen, waarop geschreven stond: „Hond n van avond tien uur gereed," toen hij Emily langs het venster zag loopen en als toevallig, met zwaar gefronste wenkbrauwen, even naar hem zien. Blijkbaar was er onraad en Lankhurst zorgde er voor weg te komen, zich zooveel mogelijk langs en tegen den muur drukkend.

Tot zijn vreugde had hij gezien, dat het raam een klein eind opgeschoven was; dit was een gunstige omstandigheid.

Een uur later keerde hij terug; thans stond Emily voor het raam, lachte hem vriendelijk toe en, toen Lankhurst zijn papier omhoog hield knikte zij bevestigend. Blijkbaar was er kans van slagen.

De eerstvolgende uren besteedde de kapitein aan het maken van toebereidselen voor de bevrijding van Emily. De grootste moeielijkheïd was om buiten de stad te' komen; wel waren de poortwachten over het algemeen niet lastig, maar het zou misschien toch wel eenige moeite kosten om Emily 's avonds laat buiten de vesting te brengen. Bij informatie bleek, dat aan de Middelburgsche poort de luitenant Larné dien nacht wachtcommandant zon zijn. Het geluk diende Lankhurst; hij kende dezen Franschen officier als een levenslustigen jovialen man, die het niet erg nauw met den dienst nam en hem zeker geen zwarigheden in den weg leggen zou.

Daarna kocht hij eenige boerinnekleeding zooals de Walcherensche vrouwen gewoon zijn te dragen, een mantel, een muts en nog enkele andere zaken. Alles ging in den grooten zak.

Tegen tien uur begaf Lankhurst zich op weg; het was vochtig, onaangenaam weer en "Vlissingen was als uitgestorven.

Alleen hoorde men in enkele huizen gezang en gelach van vroolijke Fransche militairen; een enkele patrouille stapte met haastige schreden voorbij, een lantaarn met zich dragend.

Het trof Lankhurst, thans nog meer dan overdag, dat de grachten een vreeselijken stank uitwasemden en het verwonderde hem dan ook niet dat de bewoners van Vlissingen er over het algemeen bleek uitzagen en aan koortsen leden.

Straatverlichting was er zoo goed als geen en de kapitein moest zorg dragen niet in het water te loopen; daarbij was het plaveisel hobbelig en slecht onderhouden. Op sommige plaatsen ontbrak het geheel en was de weg een modderpoel.

Sluiten