Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Haar mondje was klein en haar lief gezichtje had iets buitengewoon aantrekkelijks door zijn fraaie tint en aardige ronding. Zij was negentien jaar maar leek onder; zij droeg een licht-bruine japon, eenvoudig, maar netjes en goed passend. Zij bewoog zich bevallig en met zekere natuurlijke gemakkelijkheid; haar geheele verschijning had iets jeugdigs, sierlijks, en gracieus, in opvallende tegenstelling met het stijve, ouderwetsche interieur van de kamer en de deftige, statige, oude dame.

„En hoe was het in Middelburg?" vroeg juffrouw Lodewijksz, de ongehuwde tante van Doortje van Ellemeet terwijl zij de vrij smakelooze koffie met kleine teugjes opdronk. „Heeft oom Pieter nog iets nieuws uit Engeland gehoord ? Er loopen hier allerlei geruchten..."

„Ik geloof het niet, hij heeft er ten minste niet over gepraat. Het wordt er nog altijd verteld, dat de Engelschen van plan zijn een landing in Zeeland te doen... er schijnen schepen in de Engelsche havens gereed gemaakt te worden, troepen ingescheept enz."

„God weet welke rampen ons nog boven het hoofd hangen," zei de oudere dame, „koning Lodewijk zal natuurlijk zijn best doen het land te verdedigen en dan..." Zij zuchte diep.

„O ja, er is een publicatie verschenen waarin we worden uitgenoodigd den smokkelhandel, die vroeger in deze stad gedreven is, binnen Brouwershaven voort te zetten, 't Is onbeschaamd, maar wat kun je anders verwachten? Daar, en in Veere en Ziérikzee zit het vol Engelschen. 't Is een schande dat ze die hier maar rustig toelaten in plaats van ze het land uit te jagen. Als Napoleon zelf maar hier kwam, dan zouden die leelijke Angelsaksers wel beenen maken..."

Doortje zei deze laatste woorden met gloeiende wangen en vol geestdrift. Ze was een vurig aanhangster van den grooten Keizer, voor wien zij, evenals zoovele duizenden anderen, een dweepzieke vereering koesterde, misschien meer uit behoefte tot dwepen dan om de persoon des Keizers; koning Lodewijk's halfslachtig, nu eens goedig, dan weer streng optreden was haar een doorn in het oog en prikkelde haar temperament; van harte hoopte zij dat de Keizer over zijn vijanden aan de overzijdë van het Kanaal zou zegevieren. En dat zou gebeuren ... hem was immers niets onmogelijk!

Sluiten