Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wel miste zij noode verschillende geriefelijkheden, zooals koffie, thee, sniker en allerlei andere koloniale producten, waarvan de toevoer door de invoering van het Continentale stelsel verboden was, maar liet dit nimmer blijken en waar het smokkelen alleen dienen kon om Napoleon's plannen ten opzichte van Engeland tegen te werken, wilde zij van den sluikhandel- niets weten en had een diepe verachting voor alle smokkelaars, onverschillig of het haar landgenooten waren of Engelschen.

Tante Lodewijksz koesterde geheel andere gevoelens; zij was met hart en ziel het huis van Oranje toegedaan, had met groot leedwezen Prins Willem V het land zien verlaten en leefde nog altijd in de hoop op herstel van het erfstadhouderschap. Alleen met behulp van de Engelschen zou dit mogelijk zijn, meende ze, en daarom achtte zij het haar duren plicht alles in het werk te stellen om een onderneming van die zijde tegen de Franschen te begunstigen.

Van ouder tot ouder had de familie Lodewijksz in Vlissingen gewoond en Doortje's tante had er zwaar onder geleden toen haar vaderstad tot Fransch grondgebied was verklaard; zelfs had zij een oogenblik er over gedacht om haar verblijf naar Middelburg of er te brengen. Maar de gehechtheid aan Vlissingen had de overhand behouden; het oude huis, waarin haar ouders en grootouders gewoond hadden, was haar te dierbaar gebleken toen het op scheiden aankwam en zuchtend had zij in haar lot berust om het Fransche gezag te moeten erkennen.

Tante hield heel veel van haar mooie, jonge, lieftallige nichtje en Doortje was ook dol op tante; niettemin raakten de beide dames meermalen in heftig dispuut wanneer het gesprek op Napoleon en de Engelschen kwam. En merkwaardig was, dat de zelfstandigheid van ons land daarbij geheel uitgesloten bleef; alleen met vreemde hulp scheen 't, dat wij ons staande zouden kunnen houden, dat was voor beiden een uitgemaakte zaak!

Doortje had een paar dagen bij den zwager van juffrouw Lodewijksz, Pieter de Hoogh, den Middelburgschen fabrikant, doorgebracht; daar deze, evenals zijn schoonzuster, sterk Engelschgezind was, mocht Doortje hem maar matig lijden, al was zij overigens ook graag bij de hartelijke, gulle menschen.

„O ja," vertelde Doortje even later, „ik heb bij oom Pieter

Mffii m ii iiiiiiiiiiibiiii i wil i ■ in i in *m éiiiiii li i'ii"Hl

Sluiten