Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nog een vreemden logé ontmoet, een Engelsehman, die er al een poosje in huis is."

„Een Engelsehman?" vroeg juffrouw Lodewijksz verbaasd.

„Ja, waar die zoo opeens van daan gekomen is, weet ik niet; ze deden er een beetje geheimzinnig over. 't Schijnt een officier of gewezen officier te zijn, maar dat moest blijkbaar erg geheim gehouden worden, uit vrees voor de Franschen. De man zag er voor een Engelsehman vrij behoorlijk uit, niet

zoo dom en wezenloos als zijn landgenooten zelfs had hij

heel goede manieren."

„Nu ja, volgens jou, Doortje, zijn alleen de Franschen aardig, fatsoenlijk en knap. Je moet maar eens opletten hoeveel boeventronies je hier onder die officieren en onderofficieren van generaal Monnet ziet... trouwens, 't is genoeg bekend dat er een hoop rapaille onder schuilt. .."

„'t Zijn geen vredes-, geen garnizoenssoldaten," verdedigde Doortje, „als 't op vechten aankomt zijn ze gewoon schitterend... Maar om op dien officier terug te komen... Lankhurst is zijn naam ... hij spreekt, behalve natuurlijk Engelsch, ook vloeiend Fransch en vrij goed Vlaamsch. Vindt u dat niet merkwaardig ?"

„Ja zeker, want gewoonlijk spreken de Britten alleen Engelsch. Wat voor soort van man is 't ? Jong? oud ? Een troupier of... ?"

Doortje nam een air van onverschilligheid aan.

„Och, hij doet zich vrij beschaafd voor, is omstreeks dertig jaar oud en ziet er wat slap en bleek nit alsof hij ziek geweest is. Hij zei niet veel... ten minste ... in het begin niet..."

„Maar hoe komt die man bij oom Pieter in huis?" vroeg de oude juffrouw nadenkend, ,'n Engelsch officier?!"

Doortje haalde de schouders op ...

„Br weet het niet; ik kon er natuurlijk niet rechtstreeks naar vragen en oom en tante lieten er zich niet over nit, zooals ik u zei. Bovendien... wat kan mij die uit de lucht gevallen Engelsehman schelen?"

Doortje was niet geheel oprecht toen zij zich zoo onverschillig over Lankhurst uitliet; integendeel, zij stelde veel belang in hem.

Toen oom hem aan haar voorstelde als den heer Lankhout, een Vlaming, werd zij aangenaam verrast door het prettige, knappe, flinke gezicht van den jongen man, die dadelijk een bijzonder gunstigen indruk op haar maakte; toen zij later met

Sluiten