Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over haar zon hij thans als een unfaire, schandelijke daad beschouwd hebben.

„Vertel me nu eens eerst, wat er met je gebeurd is. Geef me een arm, dan loopen we gemakkelijker, 't Is hier helsch donker en de weg is akelig slecht en hobbelig."

Emily deed wat haar gevraagd werd, maar beantwoordde niet dadelijk Lankhurst's vraag. Zij was meer onder den indruk van het oogenblik dan de kapitein, die door zijn gunstig uiterlijk, zijn manieren, zijn maatschappelijke positie indertijd Bob Waters heel eventjes wat verdrongen had in Emily's hart. Nu trad hij als haar redder, haar bevrijder, haar beschermer op en was zij met hem alleen in den duisteren nacht in een haar volkomen vreemde landstreek. Haar arm raakte zijn borst en die aanraking deed haar hart sneller kloppen en maakte haar zenuwachtig. Maar zij stelde vertrouwen in Lankhurst's ridderlijkheid, in hem dien zij als een gentleman beschouwde al had het haar — wel zonderlinge tegenstrijdigheid — minder teleurgesteld als hij een heel klein beetje misbruik gemaakt had van de feitelijke macht die hij over haar bezat.

Eindelijk vertelde Emily:

„Op een morgen, kort nadat de „Mooie Emily" in zee gestoken was, ging ik als gewoonlijk 's ochtends tegen zes uur melk halen bij Molly, de melkvrouw. Tk had de hut bijna bereikt toen nit een boschje twee of drie kerels op me kwamen toespringen; ik liet van schrik de melkkan vallen en trachtte me te verweeren, wat me natuurlijk niets hielp. De kerels pakten me op, stopten me een doek in den mond en droegen me naar een wagen, die blijkbaar te voren was klaargezet. Ze legden me er op, gooiden een zeil over me heen en reden me langs een omweg naar de haven van Dover."

„Kon je de mannen niet herkennen?" vroeg Lankhurst.

„Neen, ik kende er geen van of ten minste... ja... 'n enkele ... van aanzien ... 't waren, geloof ik, visschers nit Deal. — Ze brachten me aan boord van een schip en zoo werd ik overgebracht naar hier, naar Vlissingen. Ik bleef tot 's avonds aan boord en toen het donker was, werd ik in een gesloten wagen naar het huis gebracht, waar u me gevonden hebt."

„Maar kon je niet om hulp roepen... je verzetten ... toen je in Vlissingen was?" vroeg de kapitein.

Sluiten