Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van erger. En ik meende het nogal zoo goed met hen! Ongelukkig heeft een kogel mijn arme bruine den pijp van het rechtervoorbeen geraakt... het is een schampschot, maar 't hindert 't beest toch erg. In Middelburg zal ik het wel eens nazien..." En dan opeens van onderwerp veranderend: „En monsieur Lankhurst is dus niet meer bij u... ah... hij vecht met de Engelschen mee tegen de troepen van Bony?"

Vragend keek hij de Hoogh aan, die min of meer in verlegenheid geraakte. Hij aarzelde even voor hij antwoordde:

„Ik weet niet wat mijn gast doen zal; mèt de Franschen vechten in geen geval. En wat denkt u zelf te doen?"

„Ik ... ik ben non-combattant... officier de santé . .. ik denk dat er in de eerstvolgende dagen genoeg voor mij en andere geneesheeren te doen zal vallen... als men elkaar op kunstmatige wijze, volgens de regels van strategie en tactiek, tracht te dooden en te verminken. Ik had den Engelschen mijn diensten willen aanbieden, maar ze hebben me zoo vriendelijk ontvangen dat... nu ge weet het."

Intusschen waren beide mannen de stad Middelburg binnen gekomen.

De Hoogh hielp Dubois zijn paard onder dak brengen; het bleek dat de wonde van Antoinette niet ernstig was en een paar dagen rust het dier wel spoedig weer op krachten zouden brengen.

De gastvrije fabrikant bood Dubois aan voorloopig zijn intrek bij hem te nemen totdat men er in geslaagd zou zijn een geschikte woning voor hem te vinden. De Fransche ex-officier nam dit gulle aanbod gaarne aan.

„Ge kunt als ge wilt voor uw logies in natura betalen," zei de Hoogh gekscherend, toen zij zich naar huis begaven. „Ik heb een zieke ... wel geen ernstige ... maar toch . . ."

„Een van uw huisgenooten ?" vroeg Dubois belangstellend.

„Neen, een gast, een Engelsch jong meisje ... dat... door toevallige omstandigheden bij ons in huis is geraakt. Uw kennis, kapitein Lankhurst, is er ook eenigzins in betrokken. Ik hoop u dat later wel eens uit te leggen."

„Wat scheelt haar?"

„Koorts. Onze Zeeuwsche koortsen," antwoordde de Hoogh. „Ah, les fièvres Zélandaises ... waaraan zoovelen hier lijden

Sluiten