Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wel in Middelburg had, maar ik zie op geen enkele manier kans het zoover te brengen. "We zullen het hier dus moeten doormaken."

„Als het al te erg wordt kruipen wij in den kelder," zei Doortje luchthartig, „niet waar tante? Daar zitten wij veilig."

„Ik wil het hopen kind!" antwoordde juffrouw Lodewijksz, minder gerust. „In elk geval wilde ik dat er maar spoedig wat gebeurde... die spanning kan ik niet langer uithouden."

,'t Zal misschien vroeger gebeuren dan u denkt... ik hoor dat de Engelschen hun batterijen zoo goed als allemaal bewapend hebben... O! ik vind het zoo ellendig dat ik hier zoo'n passieve rol spelen moet... -mijn eigen landgenooten ... 't is onverdragelijk !"

„Zoudt u dan graag willen meehelpen om ons te beschieten, mijnheer Lankhurst? Foei, hoe wreed!" zei Doortje.

Maar tegelijkertijd kwam de vraag bij haar op: waarom is hij, een Engelsch kapitein, zijn land ontvlucht... waarom is hij eigenlijk hier? welk geheim ligt daar achter verborgen?... want een geheim moest het zijn.

Lankhurst werd verlegen bij die vraag en kreeg een kleur.

„Zoo bedoel ik het niet,juffrouw van Ellemeet! God beware me dat ik u of uw landgenooten het geringste leed zou willen toebrengen. Daarvoor heeft men mij hier veel te hartelijk en welwillend ontvangen. Bovendien ..."; hij ging niet voort, maar een welsprekende blik op Doortje geworpen, verried zijn gevoelens. Verlegen sloeg het meisje de oogen neer en Lankhurst ging voort, steeds den blik op haar gevestigd houdend:

„Maar de Franschen, de vijanden van mijn land, zou ik willen bestrijden, er aan willen meewerken de macht van Napoleon te fnuiken en aan zijn heerschzucht paal en perk te stellen. Engeland is het eenige rijk in Europa dat niet door den geweldenaar is kunnen bedwongen worden en Engeland zal het zijn, dat Napoleon ten val brengt!"

Op geestdriftigen toon had Lankhurst die woorden geuit en... Doortje had hem niet tegengesproken, haar afgod niet verdedigd.

Maar tante Lodewijksz riep „Bravo!" en vroeg dan: „ü bent immers officier geweest mijnheer Lankhurst ? Ja, dan kan ik me voorstellen, dat u graag zoudt willen meehelpen dat

Sluiten