Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hier en daar zag men nog rookwolken opstijgen en een akelige stank van brandende stoffen woei Lankhurst in het gelaat. De pompiers of brandweermannen waren nog druk in den weer om de herhaaldelijke opnieuw uitbrekende brandresten te dooven. Doch de bevolking waagde zich naar buiten...

„Komt maar boven," riep Lankhurst naar beneden, „het gevaar is geweken, voorloopig althans."

Even later kwamen de drie vrouwen in de gang, knipoogend tegen het licht, min of meer versuft en ontdaan, nog heimelijk beangst.

Elk oogenblik verwachtten ze weer het akelige gedreun en geknal te zullen hooren, maar het bleef rustig. Geen enkel schot werd meer afgegeven.

Lankhurst deed zijn best, de gedrukte stemming wat te verhoogen.

„Maartje moet zien, dat zij wat te eten geeft... laten we in de huiskamer gaan zitten... op straat gaan deugt nergens toe en wij kunnen dadelijk weer in den kelder gaan als het noodig mocht zijn."

"Weldra kwamen allen wat op hun verhaal en een in der haast klaar gemaakte maaltijd droeg er toe bij om hen wat opgewekter te stemmen.

„"Wat dunkt u mijnheer Lankhurst," vroeg juffrouw Lodwijksz, zouden ze weer opnieuw beginnen of?..." In spanning keek zij hem aan, zijn antwoord wachtend.

Lankhurst haalde de schouders op.

„Er valt niets van te zeggen... misschien dat ze wachten tot morgenochtend, in de hoop dat de stad zich vóór dat tijdstip zal hebben overgegeven ... daar is echter weinig kans op ,.. en dus ..."

„Dus zal dat afschuwelijke schieten weer beginnen?" vroeg Doortje.

In haar geest zag ze nog altijd die bezwijmde gewonden op de straat liggen... dat afgrijselijke bloed ... zij huiverde ... een volgende kogel kon haar hetzelfde lot bereiden of tante... of Lankhurst... als hij eens getroffen werd... Ze sloot de oogen van ontzetting bij die gedachte.

Lankhurst was het zonderling te moede.

Hier in een vreemd land, opgesloten in een belegerde ves-

Sluiten