Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ting... die verdedigd werd door de vijanden van zijn natie tegen de Engelschen, zijn landgenooten. En hij zelf speelde bij dit alles een volkomen lijdelijke rol... nam aan geen enkel krijgsbedrijf deel... de Franschen zonden hem als spion kunnen behandelen, de Engelschen als een man, die ontvlucht was om aan de gerechtigheid van zijn land te ontkomen...

Toch voelde hij dat zijn taak hier geen onnutte was... hij zon een paar weerlooze vrouwen kunnen beschermen, en daaronder het meisje, dat hij boven alles liefhad, dat, naar hij hoopte en vermoedde, ook hem niet geheel ongenegen was ... De nood van het oogenblik gaf hem nu het recht in haar onmiddelijke nabijheid te blijven, maar later... wat zou er dan met haar en met hem gebeuren ?... Hij kon, hij wilde haar niet missen ... en toch ...

Intusschen ging de tijd voort en men kwam weer tot rust.

Op de wallen was de bezetting bezig de aangerichte schade zoo goed mogelijk te herstellen, munitie aan te voeren en gewonden naar de hospitalen te brengen. Maar deze lagen al vol met meer dan zevenhonderd zieken, meestal koortslijders en verscheidene particuliere woningen moesten tot tijdelijke ziekenhuizen worden ingericht.

Juist was men wat tot kalmte gekomen toen, twee uren na het einde van het bombardement, opnieuw een schot viel, weldra door meerdere gevolgd.

De beschieting werd hervat en wel met buitengewone hevigheid!

„Er zit niets anders op, we moeten opnieuw naar den kelder," zeide Lankhurst, „hoe eer hoe beter."

De avond was gevallen en bij het licht van een tweetal kaarsen bleef men daar beneden bij elkaar zitten, sprakeloos en in doffe ontzetting, tenminste voor wat de vrouwen betreft.

Weer hoorde men onophoudelijk het bonzen, kraken en dreunen ... door het kleine benedenraam drong een benauwende damp naar binnen ...

Lankhurst deed wat hij kon om den vrouwen moed in te spreken. Maartje luisterde naar niets, lag voorover op een matras te snikken en te kermen. Doortje was doodsbleek en hield meestal de oogen op Lankhurst gericht. Juffrouw Lodewijksz, versuft en uitgeput, hing in haar stoel en schokte telkens

Sluiten