Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op, wanneer een bijzonder zwaar schot haar angst aanjoeg.

Tegen middernacht besloot Lankhurst een kijkje te gaan nemen in de stad. Hij stond op, beloofde spoedig terug te zullen komen en liep naar de deur, toen Doortje hem de hand op den arm lei en met zachte stem vroeg: „Doe het niet! Blijf hier!"

„Waarom?" vroeg Lankhurst' „Ik ben dadelijk weer hier; een paar minuten maar."

Ze had willen zeggen, „omdat ik niet wil dat je getroffen wordt, omdat ik je niet missen kan," maar ze keek hem alleen met groote oogen aan en zei: „Als er hier iets gebeurt..."

„O, in dezen kelder is het veilig genoeg... bovendien, ik ga niet ver... ik zal een oog op het huis houden..."

Ze liet hem gaan, doch haar blik volgde hem tot het laatst.

Een kwartier later kwam hij weer.

„De Oostkerk aan het Dok staat in volle vlam," berichtte hij „je kunt het van hier zien. Zij zijn er niet in geslaagd den brand te blusschen. De Fransche kerk aan den Peperdijk gaat denzelfden weg op ...

„O 't is afschuwelijk," kermde juffrouw Lodewijksz, „ze sparen niets... 't is hier om gek te worden!"

Den geheelen nacht duurde het schieten voort... van slapen was geen sprake. Juffrouw Lodewijksz legde zich eindelijk op een der matrassen om wat te rusten ... Doortje en Lankhurst bleven bij elkaar zitten, meestal zwijgend.

Tegen 2 uur in den morgen hoorden zij een vreeselijk gekraak vlak boven hun hoofd, gevolgd door het geluid van neerstortend hout en puin.

Juffrouw Lodewijksz sprong met een kreet van ontzetting op; ook Maartje gaf een gil. Doortje greep Lankhurst's hand en vleide zich tegen hem aan, als om hulp en steun te vragen.

„Wat is er gebeurd?" riep zij ontzet.

„Wat beteekent dat?"

„Ik vrees dat een bom het huis getroffen heeft," antwoordde Lankhurst ongerust. Hij nam een kaars en onderzocht bij het licht daarvan het keldergewelf op twee of drie plaatsen zag; hij fijne scheuren in het metselwerk...

„Moeten wij weg?" vroeg juffrouw Lodewijksz in hevige angst. „O God! ik houd het niet uit! 't Is al te vreeselijk!"

Sluiten