Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

houden om gelegenheid te hebben de drie vrouwen in veiligheid te brengen. Met een dankbaren blik keek zij hem aan.

„Waar heb je in 's hemelsnaam dien Franschen dokter vandaan gehaald, Doortje?" vroeg Lankhurst. „'t Is immers een Franschman ... hij spreekt wel vrij goed Engelsch... maar.. ."

Doortje vertelde hem hoe zij Dubois bij de Engelsche bezettingstroepen had aangetroffen en overreed met haar mee te gaan.

Lankhurst vervolgde:

„Een aardige, prettige man! Zijn gezicht komt me zoo bekend voor... 't is net of ik hem vroeger al gezien heb of ten minste ... iemand ... die op hem lijkt... in Engeland misschien"...

Hij bleef met gefronst voorhoofd nadenken om zich het verloren beeld in zijn geheugen terug te roepen. Even later vroeg Doortje hem zachtjes. „Verlang je naar Engeland terug?"

Lankhurst keek plotseling op; in Doortje's blik las hij wat zij voor hem gevoelde en het bloed stroomde hem sneller door het lichaam. Hij greep, zonder te antwoorden, Doortje's hand en drukte er twee, drie vurige kussen op.

Juffrouw Lodewijksz kwam weer binnen en Doortje onttrok zich snel aan Lankhurst's greep.

„Je moet nu wat gaan rusten, je bent koortsig!" maande zij hem aan, opstaande, maar een zoete glimlach nam den ernst van haar woorden weg. Hij begreep ...

Een paar dagen later kwam Dubois nog eens kijken en constateerde dat de wonde prachtig stond.

„Nog een kleine week en ge kunt weer opstaan, mon brave!" zei hij met zijn vroolijke, prettig-luide stem. „Met rust en zulk een goede verpleegster, kon het ook niet anders dan goed gaan." Doortje bloosde even en Dubois lachte er om. „Misschien kom ik in het laatst van de week nog eens kijken, maar dan voor 't laatst, want ik moet terug naar Middelburg."

„Is er hier niets voor u te doen?" vroeg Lankhurst.

„Waarachtig wel! 't Aantal koortslijders neemt bij den dag toe! 't Is een formeele epidemie. En dan geen voldoende personeel, geen behoorlijke hospitalen, geen geneesmiddelen,

Sluiten