Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

had hem de vrije hand gegeven, daar men inzag met hoeveel zakenkennis en bekwaamheid hij optrad en hoeveel goeds hij verrichte.

Het geheel bestond uit een drietal groote loodsen voor de lijders en een kleiner gebouw voor het personeel. Twee jonge Engelsche doktoren hadden ieder een loods onder hun toezicht; Dubois zelf had, behalve het geheele beheer en de opperleiding, de verpleegden in de derde loods onder zijn behandeling, een taak die hem handenvol werks gaf en waarin Doortje hem zooveel zij kon steunde en ter zijde stond. Zij was vlug van bevatting, handig, onvermoeid en van goeden wil.

Sedert tien dagen lag Bob Waters gewond in een der loodsen van het hospitaal bij Dishoek. Een kartetskogel had hem in het gevecht van 7 Augustus in de borst getroffen en ook de long geraakt; uren achtereen was hij, door bloedverlies uitgeput en half bewusteloos, op de plaats waar hij getroffen was, blijven liggen, versmachtend van dorst. Eindelijk had men hem gevonden en met tal van andere lotgenooten naar het hospitaal overgebracht; hier lag hij nu in zware koortsen.

In hetzelfde gevecht was ook Peter Crawbridge, de oude matroos, gevallen; een granaatscherf had hem den linkervoet bijna afgeslagen, zoodat dit lichaamsdeel onmiddellijk geamputeerd had moeten worden. Ook hij was naar het hospitaal overgebracht en lag nu eenige kribben verder dan Bob Waters, naar omstandigheden tamelijk wel.

In weerwil van alle zorgen was — door de warmte en den geweldigen toevoer van zieken en gewonden in de laatste dagen — de atmosfeer in de ziekenzaal ondraaglijk benauwd en bedorven ; behalve de gewonden in de kribben lagen nog tientallen koortslijders op bossen stroo naast elkaar op den grond. Lichtgewonden en herstellenden waren in hoofdzaak belast met de verzorging en verpleging der lijders, terwijl Dubois en zeer enkele Hollandsche en Engelsche geneesheeren de pas aangekomen zieken en gekwetsten onderzochten en voorloopig behandelden. ,

Vrouwelijke hulp was er heel weinig; alleen Doortje en twee andere dames hadden zich bereid verklaard hun zorgen aan de lijders te geven; op aandringen van Dubois waren eenige soldatenmeiden, vrouwen van verdachte zeden, die in

Sluiten