Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Wat is er?" vroeg Dubois dadelijk daarna. „Waarom ben

je hier?"

„Ze verdenken me van spionnage," fluisterde de Haai haastig. „Maar ik heb goed nieuws... ik heb ontdekt waar uw zoon is ..."

„Mijn zoon!" riep Dubois verheugd, „is 't waar kerel? Je liegt toch niet?... Waar is Francois? Waar... vooruit er mee."

„Op één voorwaarde!"

„Zeg maar hoeveel je hebben moet... 't kan me niet schelen.... ik ben rijk... maar laat me niet langer in spanning ... na zooveel jaren . . . Ach God ... mijn zoon terug ... mijn Francois!"

„Ge moet maken dat ik hier uit kom... anders word ik opgehangen..'. zoodra ik vrij ben zal ik zeggen waar uw zoon is... dat zweer ik u!"

Op dit oogenblik hoorde men haastige schreden, de deur werd geopend. De Haai wierp zich weer op de brits, kreunde, sloot de oogen . ..

„Hier is het gevraagde, sir."

„Goed!" zei Dubois met bevende stem, nog geheel onder den indruk van Wilton's verrassende mededeeling. Hij liet den Haai wat cognac drinken, voelde hem de polsen en zei beslist:

„Sergeant, deze man moet omiddellijk geopereerd worden ... in het hospitaal... anders is hij over een uur dood ..." Hij prevelde eenige latijnsche woorden en daar tusschendoor in het Fransch: „Houd je bewusteloos." Daarna: „Ik heb mijn. wagen hier vlak bij staan, commandeer een paar manschappen om een bos stroo te halen en hem daarop te leggen. Ik ga zelf mee."

De sergeant aarzelde: de man was arrestant voor den Krijgsraad, een spion, naar hij gehoord had; mocht hij hem op eigen gezag vrijlaten ? Maar dokter Dubois was algemeen bekend en geacht in het Engelsche leger, dat wist hij... bovendien, de gevangene was doodziek, van ontsnappen was geen sprake en hier, op een eiland, was ontkomen niet zoo gemakkelijk.

Hij wilde den dood van den arrestant niet op zijn geweten

Sluiten