Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hebben en onder den indruk van Dubois' autoritair optreden gehoorzaamde hij aan diens last.

Enkele minuten later lag Wilton op den boerenwagen, die Dubois van Dishoek naar Koudekerke gereden had.

„Langzaam rijden, Koos," gelastte de dokter den boerenkoetsier; deze knikte en de wagen rolde voort. Tien minuten later keek Dubois omzichtig óm zich heen en vroeg toen haastig in het Fransch aan Wilton:

,,'t Is veilig! Vooruit nu! Waar is mijn zoon?"

De Haai richtte zich op en zei langzaam en duidelijk: „In het hospitaal te Dishoek."

„Mijn God!" riep Dubois ontzet uit. „Wat zegje, man? in het hospitaal? Sedert wanneer?"

„In loods I. De Engelsche matroos Bob Waters..."

Dubois verward, ontsteld, dacht even na ... die naam zei hem niets .. .

„Die is er niet... Wel Richard Welters ... kogel in de borst naar ik meen, een jonge man... maar Waters... ik herinner mij dien naam wel... maar..."

„Die man is het... hij heet niet Welters, maar Waters. Ik weet het zeker... op zijn rechter schouder heeft hij het Fransche wapen getatoueerd, zooals u mij verteld hebt..."

Een hevige ontroering kwam over Dubois. Als het waar was, als die matroos werkelijk zijn verloren Francois was dan... lag hij te sterven! Hij herinnerde zich dien jongen man wel... een hopeloos geval... dokter Henderson had 't hem gemeld... mijn God! 't was om gek te worden... zijn zoon na zooveel jaren terug te vinden om hem bijna dadelijk weer te moeten verliezen. Maar hij moest hem zien, zijn zoon, zijn kind, dat hij eindelijk teruggevonden had... misschien was er nog een vergissing in het spel, een toeval...

Met bevende hand haalde hij een portefeuille uit den zak, gaf den Haai bijna al het geld dat er in zat^en fluisterde hem haastig toe:

„Hier! wat er te kort komt zal ik je latêTzenden en maak nu dat je wegkomt... spring van den wagen ... zie dat je naar Engeland ontsnapt..."

„En u?" vroeg de Haai verbaasd terwijl hij zich gereed maakte om zich van den wagen te laten glijden.

Sluiten