Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ik ga naar mijn zoon. Vaarwel!"

Dubois sprong van den wagen gevolgd door Wilton; de dokter sloeg haastig den weg in naar Dishoek, de Haai een tegenovergestelde richting.

De boerenkoetsier reed door.

Een half uur later had Dubois het hospitaal bereikt en stapte met snelle schreden, nog geheel buiten adem, bevend van zenuwachtige aandoening, naar het bed van Bob Waters.

Trillend over al zijn leden bleef hij bij den stervende staan; voorzichtig trok hij de mouw van Bob's hemd ter zij ... daar zag hij de hem zoo gemeenzame drie leliën in blauwachtig grijs zich vaag afteekenend tegen het blanke vleesch. Maar Dubois had geen bewijs meer noodig... één blik op het doodsbleeke, ingevallen gelaat van den jongen matroos had hem het beeld van zijn innig geliefde vrouw voor den geest gebracht...

Met geweld moest hij zich dwingen om zijn zoon in de vreemde taal en met den vreemden naam aan te spreken. Hij nam de klamme, uitgeteerde hand van den stervenden jongen man in de zijne en riep zachtjes maar duidelijk: „Bob... Bob Waters."

De zieke sloeg de oogleden op, keek hem met wezenloozen blik aan en prevelde zachtjes: „Emily, dear!"

Die woorden brachten Dubois den naam voor den geest van het meisje, dat bij hem inwoonde... Emily Hawkins. Kon het mogelijk zijn dat... ja natuurlijk... zij zocht immers naar Bob Waters... zooals hij vernomen had, matroos bij de Britsche marine... en dus was zijn zoon de minnaar van de jonge Engelsche ...

Intusschen was Bob Waters weer in zijn bezwijming teruggevallen.

Dubois voelde hem hart- en polsslag. .. toen gelastte hij een verpleger uit zijn kamer enkele opwekkende middelen te halen en schreef daarna op een stukje papier haastig een kort bericht. Toen de man terugkwam gaf hij hem het briefje en zeide: „Laat een van die menschen hier dit zoo spoedig mogelijk naar Middelburg brengen... er is groote haast bij."

Het gelukte Dubois de levensgeesten van zijn zoon tijdelijk weer op te wekken, maar hij wist maar al te goed, dat het

Sluiten