Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een aardig ding, zoo vroolijk en opgewekt en levendig van woord en gebaar! Niets geen Hollandsche natuur, ook uiterlijk niet. Toch kwamen er in Zeeland veel donkeroogige en zwartharige vrouwen voor, hoewel... Doortje had iets bijzonders, iets elegants, dat de meeste Hollandsche vrouwen, voor zoover hij ze kende, misten.

En al was ze tenger en licht gebouwd, ze wist van geen vermoeienis, pakte flink aan, begreep spoedig... Een onschatbare hulp bij zooveel zieken.

Hij wist eigenlijk weinig van haar af; ouders jong gestorven en opgevoed bij die oude tante Lodewijksz; ze scheen geen broers of zusters te hebben. In elk geval, het was een flinke, aardige meid, die hem bijzonder sympathiek was.

Van h aar dweepzieke vereering voor keizer Napoleon scheen zij geheel genezen te zijn en nu integendeel veel voor de Engelschen te gevoelen. Met bewonderenswaardige zorg en belangstelling verpleegde zij een deel van de honderden zieken en gewonden, die in het hospitaal van Dishoek ondergebracht waren.

Daar kwam zij aan, met een kom warme koffie... maar wat keek zij pijnlijk... zou er iets gebeurd zijn? Ze zag zoo bleek en beet zich op de lippen als van ingehouden smart.

Dubois stond op en ging Doortje tegemoet, terwijl hij haar vroeg: „Wat scheelt je? Is er iets gebeurd?"

Met wat bevende stem antwoordde ze, hem de koffie toereikend: „Och eigenlijk niets, niets heel ergs ten minste... ik wilde den ketel met heet water verzetten... toen kantelde die om en ik kreeg een scheut kokend vocht over mijn hand ... 't doet erge pijn!"

En tegen haar wil liepen de tranen haar langs de wangen.

„Laat eens zien!" zei Dubois kortaf.

Hij nam haar linkerhand, die zij hem toereikte en zag de roode brandwonde, op duim en handpalm.

Maar hij zag ook dat Doortje's linkerpink wat verminkt was en de vierde vinger min of meer stijf.

Een vreemde ontroering kwam plotseling over hem en hij hield het handje zachtjes vast, steeds dien pink bekijkend en tersluiks even Doortje's gelaat.

„Het is niet zoo heel erg, ziet u wel?" vroeg het jonge meisje, toen Dubois bleef zwijgen.

Sluiten